Twee Boeken, één ex libris

Gepubliceerd op 1 oktober 2026 om 17:42

Serendipiteit: gave om door toevalligheden iets te ontdekken waar men niet naar op zoek was.

Onlangs vertrouwde een klant me een achttiende-eeuws reisverslag toe. De kneep van de band had zijn beste tijd gehad en een rebacking drong zich op. Tijdens het werken aan het boek, viel mijn oog op het ex libris dat op het dekblad geplakt was. Het was een voorstelling van een vroegmodern oorlogsschip met weelderig houtsnijwerk op het achtersteven dat zich een weg baant door de golven, de luiken geopend en de kanonnen vurensklaar. Rondom het centrale thema zijn gereedschappen uit de scheepsbouw te zien.  De voorstelling kwam me bekend voor. Ik wandelde naar mijn boekenkast en schoof voorzichtig een van mijn eigen boeken uit het gelid. Een eerste drukje van ‘Eenige bladzijden uit het boek der natuur’ van Hendrik Conscience. Een boekje waarin Conscience zijn liefde voor de natuur bezingt en verweeft met herinneringen aan zijn jeugd in de Antwerpse Groenenhoek. Het boekje werd uitgegeven in 1846 bij Buschmann in Antwerpen. Op het gemarmerder dekblad van het boekje plakte exact hetzelfde ex libris, zij het dan in een andere kleur gedrukt.

Twee versies van hetzelfde Ex Libris

Ex Libris van Emiel Beuckeleers

Emiel Beuckeleers

Het ex libris behoorde toe aan Emiel Beuckeleers uit Antwerpen. De man werd geboren in Boom op 4 november 1854. Ik heb wel meer boeken in mijn bescheiden collectie waar een mooi Ex Libris in plakt. Maar deze is me steeds bij gebleven omdat Beuckeleers, net als ik, in Boom opgroeide. Zelf heb ik Boom vooral gekend als een ietwat ingeslapen gemeente die in de twintigste eeuw sterk gedeïndustrialiseerd raakte als gevolg van de sluiting van de steenbakkerijen en aanverwante sectoren – met alle socio-economische gevolgen vandien. Maar Beuckeleers moet Boom gekend hebben als kloppend hart van de razendsnel voortschrijdende industrialisatie in de streek. Het kloppend hart van de baksteenindustrie langsheen de Rupel - en vanaf de negentiende-eeuw ook steeds meer landinwaarts. En langs de rivier de Rupel - met zijn 12 kilometer de kortste van België - lag ook een lappendeken van kleine en grotere scheepswerven.

Op die werven werkte Beuckeleers als jongeling  als mast- en katrolmaker, om er vervolgens nog de stiel van wagenmaker te leren. Die interesse voor schepen werd hem met de paplepel ingegeven. Hij stamde immers uit een familie binnenschippers die het kanaal Brussel-Willebroek - dat tot 1922 op de Rupel aansloot - afvoeren. Zijn grootvader was als binnenschipper actief tussen Antwerpen en Amsterdam en zijn vader voer tussen Boom en Leuven. Op een bepaald moment ruilde Beuckeleers Boom in voor een studiereis naar Amerika. Precieze details ontbreken. Na zijn terugkomst ging hij aan de slag op de scheepswerf van Charles Donche in Antwerpen. Hij vervolmaakte nog een opleiding tot scheepsbouwer en klom steeds verder op in het bedrijf. Zo veroverde hij ook nog eens het hart van de dochter van Charles Donche. Beuckeleers werd vervolgens vennoot in het bedrijf van zijn schoonvader. Na diens overlijden nam hij de leiding van de firma over. Beuckeleers is dus ongetwijfeld een selfmade man, die van eenvoudige arbeider opklom tot welvarend industrieel. Hij verwierf een groot kapitaal dat hij ook graag investeerde in bibliotheken en musea. Hij verzamelde gedurende zijn leven ook een heel uitgebreide bibliotheek. De overgrote meerderheid van zijn boeken hadden betrekking op maritieme geschiedenis. Beuckeleers overleed in 1945.

Foto van Emiel Beuckeleers (Collectie Letterenhuis)

Scheepswerf langs de Rupel

ex libris?

Maar wat is nu precies een ex libris? Het ex libris is een eigendomsmerk dat boekverzamelaars in hun boeken aanbrengen, als teken dat het boek afkomstig is uit hun bibliotheek. Letterlijk vertaald betekent het ook ‘Uit de boeken (of de bibliotheek) van’. Er werd natuurlijk al heel vroeg in boeken iets geschreven over de eigenaar van een boek. Zo werden er Hiëroglyfen ontdekt op kleitabletten die verwijzen naar de bibliotheek van Farao Amenophis III in Egypte (14de eeuw voor onze tijdrekening). Het gaat hier dus om een tekstuele verwijzing naar de eigenaar van de tekst. Een bijzondere vorm is de zogenaamde boekenvloek of boekenrijm die vooraan in het boek geschreven werd en de potentiële dief van het boek op andere gedachten moest brengen uit vrees voor toekomstig ontij:

Dit boek is mij lief,
wie het steelt is een dief.
Al is hij nog zo rijk,
hij komt aan de galg te kijk.

Kenmerkend aan het ex libris is echter dat het gaat om een stukje papier - doorgaans van een betere kwaliteit - met daarop een of andere grafische voorstelling. De oorsprong gaat terug tot de Duitse gebieden, waar we het in de late vijftiende eeuw zien opduiken. Het oudste bekende voorbeeld wordt gedateerd in 1480 en bevindt zich in een boek dat toen door een monnik – Hildebrand Brandenburg von Biberach – geschonken werd aan het Kartuizerklooster van Buxheim. Doorheen de vroegmoderne periode vindt het ex libris echter over gans Europa ingang. Verzamelaars lieten ex librissen maken met het familiewapen, een afbeelding die op een of andere manier met hen verband houdt of een eenvoudige spreuk. Deze werden vervolgens in het boek geplakt – doorgaans op het voorste dekblad, zeg maar de binnenzijde van het voorste plat.

Ex libris van Hildebrand (1480)

achttiende-eeuws ex libris

De twintigste eeuw: ronkende namen en een smörgasbord aan thema’s

Vanaf de twintigste eeuw won het ex libris heel sterk aan populariteit en breekt zonder meer de gouden eeuw van het ex libris aan. Het gebruik verschoof toen ook grotendeels van Heraldieke symbolen naar sterk gepersonaliseerde ex librissen. Verzamelaars wenden zich daarbij tot - vaak vooraanstaande kunstenaars om een ex libris te ontwerpen. Sommigen verwierven daarbij grote faam, zoals bijvoorbeeld Armand Rassenfosse, Nelly Degouy, Frans Masereel of de Nederlander Anton Pieck (ja, die van de Efteling…). Ook Emiel Beuckeleers wende zich tot een kunstenaar met naam. Het ex libris werd immers gesigneerd door Edmond Van Offel. Van Offel was een gekend Antwerps graficus die ook heel wat boekbandontwerpen maakte. Hij was een van de eerste medewerkers van "Van Nu en Straks" alsook een van de sterkhouders van de Antwerpse Kunstkring "De Scalden".

Binnen de kunst van het ex libris is een veelheid aan onderwerpen te onderscheiden, precies omdat de artiest op maat van de opdrachtgever kon werken. Zo zijn er ex librissen met een boekenthema, een historisch thema, een plaatsgebonden thema, een verwijzing naar het beroep van de opdrachtgever. Sommige verzamelaars lieten zelfs ex librissen ontwerpen met een uitgesproken erotisch onderwerp. Je kan het zo gek niet bedenken of er werd een ex libris over gemaakt! Precies daarom werd het verzamelen en bestuderen van ex librissen een specialisatie op zich. Sommige Ex Librissen werden zo populair dat ze in grote oplages gedrukt werden met ruimte om zelf je naam op het Ex Libris te schrijven. Zodoende kon iedereen over eentje beschikken zonder daar een grote financiële inspanning te moeten leveren. De bekendste ex librissen van deze soort zijn ongetwijfeld die van Anton Pieck.

Ex Libris ontworpen door Frans Masereel

Edmond Van Offel
(1871-1959)

Anton Pieck
(1895-1987)

Emiel Beuckeleers liet overigens meer dan één ex libris ontwerpen. Een ander ex libris werd eveneens door Edmond Van Offel ontworpen. Het is vermoedelijk een eerder ontwerp. We zien een jonge man, gezeten aan een tafel met een boek in de hand. Naast hem staat een globe en op de tafel ligt een hamer en een passer. Door het raam zien we op de achtergrond een scheepsmast en de toren van de Antwerpse kathedraal.

Een ander ex libris van Emiel Beuckeleers, eveneens van de hand van Edmond Van Offel.

Over serendipiteit

Maar nu terug naar het ex libris van Beuckeleers. Het toont een historische oorlogsbodem en het gereedschap van de scheepsbouwer. Het is dus zonder meer een verwijzing naar zijn leven als industrieel scheepsbouwer, maar is eigenlijk ook een allegorie op het leven van Beuckeleers. Kundig navigerend doorheen de onvoorspelbaarheid van het leven en uiteindelijk op zijn bestemming als vooraanstaand industrieel aan te komen, komend van een eenvoudig bestaan als arbeider in de Boomse klei. En die onvoorspelbaarheid gaat ook op voor bibliotheken. Wat er na de dood van een bibliofiel met diens collectie gebeurt staat niet in steen gebeiteld.

Sommigen uiten de wens dat hun verzameling volledig en ongeschonden bewaard blijft. Zo bijvoorbeeld de Amerikaanse ondernemer Henry E. Huntington, die voor zijn collectie een gloednieuwe bibliotheek liet bouwen, met daarin ook een mausoleum waar hij en zijn vrouw voor eeuwig naast hun collectie rusten. Een ander voorbeeld was de Franse Academicus Xavier Marmier, die zijn bibliotheek na zijn dood liet onderbrengen in de bibliotheek van zijn thuisstad Pontarlier. Opmerkelijk is wel dat hij na zijn overlijden een som geld naliet aan de boekverkopers van Parijs. Dit geld moest gebruikt worden om een feest te organiseren uit dankbaarheid voor de vele mooie momenten die hij met hen doorbracht aan hun kraampjes langs de Seine.

Anderen brengen alles, soms nog voor hun dood op de veilingmarkt, zodat andere verzamelaars even veel plezier kunnen beleven aan de boeken als zij zelf ooit gedaan hebben. Een bekend voorbeeld is de bibliotheek van de hertog van Croÿ, die in 1614 in Brussel geveild werd. De uitgebreide veilingcatalogus is de vroegste uitgegeven veilingcatalogus in de Nederlanden. August Vermeylen. Een vooraanstaand politicus, kunsthistoricus, hoogleraar en schrijver wiens uitgebreide bibliotheek in 1945 werd geveild.

Soms zijn er ook definitievere eindes voor het boek. Bij zijn overlijden in 1682, stipuleerde het testament van de bekende Britse arts Thomas Browne, dat hij begraven wenste te worden samen met zijn Elsevier uitgave van het werk van Horatius. Een boek dat hij bij leven zo gesloopt had tijdens het lezen dat hij het met zich mee wou nemen naar het hiernamaals.

Henry E. Huntington
(1850-1927)

Xavier Marmier
(1808-1892)

Thomas Browne
(1605-1682)

Er kan dus heel wat gebeuren met een collectie na het overlijden van de verzamelaar. Dankzij het ex libris kunnen we de twee boeken uit de bibliotheek van Beuckeleers vele jaren na diens overlijden aan elkaar linken. Dat lijkt voor sommigen misschien banaal, maar van dat soort zaken maakt mijn hart een sprongetje. Toch bijzonder dat twee boeken die ooit misschien broederlijk naast elkaar stonden in eenzelfde bibliotheek, nu weer even herenigd zijn, na god weet welke omzwervingen die ze de afgelopen 80 jaar allemaal gemaakt hebben. Ik vraag me dan af wat ze tegen elkaar te vertellen zouden hebben.

De lotgevallen van het bestaan...

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.